Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*4 GEDENKWAARDIGHEDEN UIT HET

14, 15. 1 Sam. XV: 41, 4a. enz.), of wel, wijl daardoor de eerde Koning verkozen was ( 1 Sam* X: :öi), of liever, naar de verdeeling van het Werk der Priederen, welke door 't lot befiist werd, (1 Chron. XXIV: 5, 7. Luk. Euing. lï 9.)

Ondertusfchen is 'er in de behandeling dezer ganfche gewigtige zaak, veel leerzaams. Vooral, om van niets anders te reppen , kunnen Christenge* meenten 'er uit opmaaken, h<->e men zich nog, ten aanzien eener openftaande Leeraarsplaatze, te gedragen hebbe. Is de plaats van den Leeraar, het zij door zijn overlijden of door eigenwillig verlaaten zijner bediening, of van wege zijn wangedrag, opengeraakt? dezelve moet vervuld worden ; daar is toch veel aangelegen, dat de gemeente, op nieuws, van eenen Herder voorzien worde. Dan, hier in moet niet op gunst, maar op bekwaamheid eri tleugd gezien worden j men moet zulk eenen hier toe verkiezen , van welken men, na ingenomen naricht, niet anders, met reden, denken kan, of hij is een man, die God vreest, en een' onergerlijken , deugdzamen wandel leidt, zijnde eerbaar, werkzaam, matig, liefdadig, befcheiden ( 1 Tim. III: 2, 3.); zulk een' ook, die zich de nodige menfchenkennis, taal- , uitlegkundige, wijsgeerige, godgeleerde en zedekundige kennis heeft aangefchaft, waartoe navraag en onderzoek vereischt wordt; ten einde de leiding der Gemeente niet aan onkundige, ondeugd» zaame, of onwellevende menfchen, vertrouwd en dezelve zoo benadeeld worde. — Zulk eene verkiezing moet echter, in onderwerping aan Jefus, het groote Hoofd der kerke, gefchieden, en — met een

pleg-

Sluiten