Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEVEN DER APOSTELEN. «i^

leeraar Saulus, om Jefus leere, lijden moest, heeft hij niet vergeten aantetekenen.]

Na verloop van eenigen tijd, (toen Saulus, tegen het eind dier drie jaaren, weder te Damaskus verkeerde- ) fpraken de Jooden zamen af, om nero van kant te'helpen; dan, van hunnen aanflag kreeg Saulus kundfchap, en, f fchoon ) men , met de grootfte zorgvuldigheid, bij nacht en dag, (op last van den Koning , 2 Kor. XI: 32.) de poorten bewaakte, ten einde hem te kunnen ombrengen , namen hem toch de Leerlingen,, (de Christenbelijderen) , des nachts (met zich), en, door hem, over den (Stads) muur, in eene mand, nederteheisfen, zonden zij hem weg.

[Met reden oordeelde men , dat aan zijn behoud, bij uitflek veel gelegen ware, — dat een eerlijk ontwijken van gevaaren, zo 'er de waarheid niet bij* benadeeld wordt, verre voortetrekken zij, aan eene dolle zugt, om Martelaar te worden, — en, dat Saulus zich fpaaren moest, om, naar zijne beftemming, het Euangelie grootere dienften te doen. —' En God deed hunn' list, alle menschlijk geweld ten trots, gelukken, en den belaagden Apostel, door het vengfter van een huis op de ftadswal, ontkomen. — Dan, gelijk hij nu, als in eene voorproeve , begon te ervaren, wat lijden hem wagtte , zoo was hij ver verwijderd van, door zijne vlugt, lafhartig de Christenbelangen te verraaden. Hij' was en bleef aan Jefus getrouw. Dit blijkt genoegzaam uit de plaats , werwaards hij thands heentoog.]

Toen Saulus nu te Jerufalem aangekomen was, deed hij zijn best, om zich bij de Leerlingen, (als

hun

Sluiten