Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAREL FERDINER.' 25

welken hier by gaat (*); het is byna alles uit den haaren afgefchreeven.

Verder is zy, in haare verdenking, door Sara bsvestigd geworden. Zonder twyfel heeft Sara haar, by haar laatfte bezoek te Farmbull (f), de gebeurtenis van Ferdiner met de uitlandlche vrouw verhaald.

Maar, gaat zy voort, ik wil my niet rechtvaardigen van de partydigheid, welke my telkens ten laste wordt gelegd. Ik vergenoeg my met de bewustheid, dat die nooit eenigen invloed in myne daaden had, en alleen maar een byzonder gevoelen bleef, welk ik altoos verborg. Wel is waar, als men een' getuige van twyfelachtige geloofwaardigheid te beproeven heeft, zo is het zeer noodig en gewichtig te onderzoeken, of hy wel onpartydig zy? maar zyn de omftandigheden, welke deeze getuige bybrengt, zo gefchapen, dat door eene enkele navraaging, de waarheid of onwaarheid, iederen derden aanftonds in het oog loopt; dan wordt de partydigheid of onpartydigheid van den verhaalder eene onverfchillige zaak. Het geen waarheid wordt bevonden, moet als waarheid worden aangenomen , de getuige mag gezind zyn zo als hy wil.

Hier begint zy het verhaal, van welk gy fchynt te fpreeken. Ik deel het u, fchryft zy, met dezelfde woorden mede, met welke ik het heb ontvangen; en verander, om goede redenen, geen enkel woord. Alleen moet ik 'er van zeggen, dat my alle de uitdrukkingen niet behaagen.

Wees

(*) Zie I. Deel. LIX. Brief. (|) I. Deel. XXII. Brief.

B 5

Sluiten