Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238 GESCHIEDENIS vak ziele zo gewenschte eerzaamheid, deeze fuifelende Beuken, deezen Oever vol Veldbloemen — hier was het waar zy neder zat! Nog weezen haare voetftap. pen daar heen;nog waren de graszoodenneergedrukt ■ en een takje droeg n0g een zwart lintje, dat waar' fchynlyk door een doorn ongemerkt van haare fchoone hand was losgemaakt. Daar was het dat zy Vfflörgens en 'savonds kwam, om der voorby vlietende beeke haare traanen, en den wegfnellenden winde

haare zuchten te geeven! •

Het lintje hong aan den angel van eenen wilde roo-

zen-tak. Ik nam het met een kloppend harte; en

Eduards, als gy daar meê zoudt kunnen fpotten!

bond het aan mynen hals, laatende het afhangen op myne borst! — O! als gy daar mede zoudt kunnen fpotten ! —

CXIF. BRIEF. Ferdiner aan Eduards.

Farmbull den 20 July.

S A4°lgenS dC tiaanen der Ve,droezen, vóór - ffiy in de vlietende beek dry ven, en 'savonds, als baar gemurmel luider, en het my omringende dal duifterer en fchrikverwekkender wordt, zit ik neder onder de Beuken; voel haare onzichtbaare tegenwoordigheid; zit en deDke de gelukzalige jaaren terug, ach! die voorby zyn; telle de genoeglykheden van het voorleedene over; plukke de Veldroozen

ronds-

Sluiten