Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

GESCHIEDENIS van

geven zult, wilde ik u gaarne eene onbezonnenheid bekennen, die my lang verontrust heeft."

Alle myne liefkozingen en verzekeringen, dat ik haar van geene vergeving kon hooren fpreken , terwyl alles, wat zy dagt of deed, zoo edel, zoo regtmatig en volkomen naar myn genoegen was, dit alles kon haar tot die gewenschte openhartigheid niet bewegen; eerst moest ik belooven haar te zullen vergeven.

„ Vergeven", was myn antwoord, „ ik u verge„ ven, die van u zoo veel vergeving behoeve?"—

Ik ontweek verders haren eisch door nieuwe liefkozingen. Eindelyk zeide zy „ als ik 't ook

regt bedenk, dan moet men niet eerst .vergeving eifchen, maar de daad bekennen, en dan verwachten." Op het zelfde oogenblik haalde zy een

Portrait uit haar zak, welk zy eerst een poos aanzag met een gelaat, welk, indien al het fcheppend Penfeel van een verbeeldingryken Schilder zulks vermag , ten minften met geene woorden kan befchrcven worden. Een gelaat uit liefde, vrees,

hoop, en een zagt zweemfel van neen, geen

jaloezy.' Maar dat woord, —■ Eduards, geef my 'er toch een, welk by het zuiver lyden tevens de volle liefde eener fmagtende jaloersheid , zonder het minfte inmengfel van ongenoegen of wangunst uitdrukt ; dat woord ach ! ik kan 'er geen

vinden! indien eenmaal een - Engel beminde,

en zien moest , dat een ander by zyne beminde vóór hem den voorrang had, dit onfchuldig, weemoedig , teder lyden ; deze te onvredenheid met zich zelvea, en geenszins met zynen gelukkigen

mede-

Sluiten