Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3<j GESCHIEDENIS -vaiï

haalingen van deze foort zyn even zoo onbillyke als onaangenaame verwyten. Maar „ niets aan te veranderen ? " Heeft hy my niet te Hamburg gezegd, „ hy, voor zich zeiven , had aan de Oud-moei niets willen belooven ; (*) maar toen hy zag, dat ik den dag geheel vergat, en nu myne verklaaring gehoord had, zoo moest hy wel overtuigd worden, dat ik het uitftel gaarne zag." Dus was toen aan de Tante nog niets beloofd. Mooglyk naderhand? Ja gekheid! Belooven kost een letter fchryvens, en het weder af fchryven, en daarby de redenen van verontfchuldiging te voegen , wanneer men namclyk alles doen wij, dat billyk kan gevorderd worden , kost immers maar eenige regels fchryvens meer. Of is myn verzoek, dat de trouw fpoedig voortgaa, niet zoo gewigtig en billyk , als het verlangen naar uitftel van eene nieuwsgierige Oudmoei , die hare tegenwoordigheid voor eene zaak van het hoogfte belang fchynt te houden ? Hare zegen is my aangenaam, maar die kon even getrouw door een brief worden overgebracht. Of moet hy uitgefproken worden , dan zal hy nimmer te Iaat komen! 't Is zeer onbillyk, dat het volbrengen van zulke plegtigheid van wind en weder zal afhangen ; want daar van hangt immers de reis af van eene

zeer bedaagde, en waarfchynlyk zwakke vrouw!

Dat had myn Oom moeten overleggen, en hy had geenszins behooren af te flaan, 't geen ik wegens zoo goede en billyke redenen zoo ernftig verzogt * had.

Ik

(*) IV Deel CCXX Brief.

Sluiten