is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van Karel Ferdiner.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAREL FERDINE R. 233

ben? Waarlyk, myn Kind, het is inbeelding, welk

u verontrust l" Maar alles te vergeefsch ! Het

goede meisie is zoo vol van hart, zoo ontroerd, dat zy geenen myner wenken hoort noch begrypt, dat zy blyft liggen, Julie's knieën vaster omhelst, in traanen uitbarst, en geduurig dezelfde woorden her-

,' Neen, myne waardfte Julie, ik ben zeer wel by myn verftand; het is geene inbeelding! Charlotte, fpreek op! Gy weet zeerwel, wat ik ugefchreven heb; fpreek, zeg Julie, welke ik zoo zeer be, leedigd heb, dat niet Ferdiner, maar ik alleen de fchuldige ben. Zeg het toch haar, opdat zy het my vergeve, en vertel haar alle de omftandigheden. Fer.

diner is onfchuldig." —

„ Ferdiner?" vroeg Julie eindelyk met een ge, laat, welk duidelyk toonde, dat zy licht in de zaak

kreeg. „ Wat zegt gy dat Ferdiner is ? " „ On-

fchuldiger, dan ik;" antwoordde Louife, „Vergeef het ten minften hem, zoo niet my! Ik heb zeer veel te verantwoorden. En echter, zoo gy de om-

Handigheden nagaat de reis de liefde —

de eenzaamheid de plaats van ons verblyf

de nacht Charlotte, ik bidu, verhaal Julie, wat

ik u gefchreven heb! "

Eindelyk neemt Julie uit Louife's zeggen meer op , dan zy zelve gezegd had. „ Dat is geen raaskallen! O Hemel, ik begryp zeer wel, wat gy zegt! Ik begryp thans zeer wel de redenen der mismoedigheid en van het geheime lyden van myn Vader! ^ O myn God! hoe is het mogelyk!" zegt zy en wringt hare handen. „ Myn God ! Ik kan het niet doorp j ftaan!"