Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAREL FERDINER. 5*3

Ferdiner trad al zwygende eenige fchreden terug, za* haar met verwondering aan, waarfchynlyk uit

hoofde van haar rouwkleed daarop keerde hy

zich tot Eduards: „ Zy is het, dunkt my!" zeide hv, en als hy daarna weder Elize en dan zyne en onze kleeding met opmerking befchouwd, en met elkander vergeleken had , hernam hy nogmaals ;

Zy is het! zy is het, en byna, byna zoo zwaar i den rouw, als wy!" - Daarop voegde hy na een kort ftilzwygen met zekere lagchende houding, öieiknietbefchryvenkan,'erby: „ u het thands de mode, dat de menfehen in het zwart gaan? — vervolgens tegen Elize: „ gy hebt toch geene Zuster

verlooren? Of geen verloofden? Dan

zoudt gy wel dieper rouwen!"

Geene Zuster, maar eene Vriendin, antwoordde Elize, „ over welke myn lyden en traanen met die van den Broeder zeer na overeenkomen! En zou ik voor deezen Broeder anders verfchynen?"

Neen, dat zou tegen de etiquette ftryden!

Wat weet toch de mode en de etiquette niet al met elkander te vereenigen!" voegde hy 'er lagchend by „ Lvden en vreugde! zwart en wit!

Schynen u deeze traanen," zeide Eltze , 'zonder eenige beteekenis te weczen?"

Als zy niet heet zyn!" antwoordde hy, terwyl hy eene traan, die van haare wang rolde, op zyne omgekeerde hand liet vallen. „ Zy is tochlaauw; voegde hy 'er by. _

Elize zag hem aan met een oog uit welk haar lyden ftraalde, en zweeg.

„ Waar-

Sluiten