Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vur Sprtukm XXXI. vs: 31. iy

$er zeiver agtergeïatene Sirydgenoten niet geheel afgefneeden, dan dunkt me» wenkt ze 't ons uit de fchaterende juichzalen toe, en vorderd als eenen laatften Liefdedienft van ons af , dat vvy ook die alles te bovengaande Genade die zig aan Haar wilde verheerlyken, over de Haar gefchonkene Weldadigheeden dankbaar roemen: Wiens hart zou zig hier toe met die verheemelde Ziel niet Vereenigen? Ja genaderykft Emanuël, mogen onze ftamelende klanken tot uwen fchitterenden Throon opftygen ? mogen nog broze en met de fterfHykheid bekleede Aardlingen, hunne deemoedige aanbiddingen, met de verheevene Juichzangen uwer glanfende ThroonGeeflen vermengen? Gedoog dan, dat we Uwe onbezefbre Zondaarsliefde,Uwe onbegrensde mildadigheid , den Rykdom en kragt der werkinge van den op Golgotha door U verworven Geeft, in onze thands verheerlykte Kerkgenote B a, zo

Sluiten