Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christlijken Godsdienst. 28. Hoofdfl. zif

tiitroejing. Eindlijk, velen onzer ongeloövigen verklaren rond uit, dat zij zig door geené wonderwerken, aangaande eene godlijke Openbaring zullen laten overtuigen : om dat, zoo dra zij gelooven zouden , dat zij een wonderwerk zagen, zij dan zig zeiven voor onzinnig zouden houden.

Iemand , dien de zeer enge grenzen zijns vernufts bekend zijn; die, door ondervinding $ Weet, hoe zeer het vernuft van den ééneri grooten geleerden , dat des anderen wederfpreke; hoe de één even daar enkele verlichting en helderheid meent te zien, waar de ander niets ziet, dan donkerheid, dwaling, erl Onkunde; die, uit de gefchiedenis, weet, hoé de grootfte Filozofen, meer dan tweeduizend jaar, gekeven hebben over de noodigfte grondftellingen ; — of er een God zij ? welke eigerifchappen hij hebbe ? wat hij belloten hebbe ? of er een leven zij na den dood ? — zonder het nog over eene eenige derzelve te hebben ééns gepraat; — zulk een zal hartlijk Wenfchen, dat God zig ergens hier over moge verklaard hebben. En, als hem gezegd wordt4 dat er godlijke fchriften zijn, welke hier over nader onderrigt behelzen; dan zal hij dezefvé ï> s niet

Sluiten