Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

INLEIDING.

hart, onontbeerlijker voor uw genoegen, en de vordering in kennis van denzelven eene behoefte voor uw verftand worden; naar maate gij, langs dezen weg, van deszelfs verhevene fchoonheid en onbereekenbaare weldaadigheid meer en meer overtuigd word.

Ik heb dan, in deze verhandeling getracht, om mijne denkbeelden, wegens het ware wezen van het kiïstendom in eene geregelde orde te brengen; — iets, dat voor mij zeiven het uitftekendfte nut gebaard heeft; — ten einde mijne Landgenooten, wier zedelijke welvaart mij boven alles dierbaar is, omtrend deze allerbelangrijkfte zaak, eenig licht te verfchalfen.

Zekerlijk, ik heb op mijn pad verfcheiden hinderpaalen, moeilijk ter wegruiming, aangetrolfen. Het N. T. te lezen, als of men het voor de eerftemaal las; bij iedere, zoogenaamde , bewijsplaats, voor dat oogenblik te vergeten, waartoe zij gebezigd wordt, om derzelver eigenaartige bewijskracht, onbevooroordeeld, te onderzoeken en te bepaalen; ja, zelfs alle godsdienftige kundigheden, die ons, dikwijls eer wij de gewijde fchriften kunnen lezen, reeds ingcfcherpt worden, uit zijne gedachten te wisfchen, om uit de eenige waare bron, als het ware, geheel nieuwe kundigheden te fcheppen: dat zulks een allermoeilijkfte taak is, zal niemand ontkennen, die immer zodanig een, onderzoek beproefd heeft, En nogthans vreesde

ik,

Sluiten