Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 8 )

De Ouden, wel is waar, hebben van de eeri fte Eeuwen der aanbreekende kunst met het Eywit (Y) onder de Verwen gefchilderd: dog het zy my vergund evenwel te zeggen, dat deeze myne vinding geheel nieuw is, om dat de bewyzen, zoo ver my bewust is, niet voorhanden zyn, om het Eywit onder de Oliewerw te ver. binden , en er alzoo ftandhoudend en kragtig

mede te fchilderen. Vooreerst, de ouden

hebben geen kennis van de Olieverw gehad, en, van hunne Ey en Lymverw is niets meer voor handen , daar hunne vermengingen het water niet konden wederftaan : en ten anderen, myne vinding, om dezelve te (ƒ) paaren met de Oly

is

00 Wat het Eywft onder de Verwen belangt, deeze vinding is zeer oud en van de eerfte Eeuwen der beginfelen van de Schilderkunst door de Egyptenaars, vinders deezer kunften , die verder door de Chaldeën tot de Grieken overgegaan, en verfpreid zyn door Italien en elders: ja in onze gewesten heeft men er altoos mede gefchilderd;, tot den tyd van Hubertm en Jan van Eyk , welke Schilders van Mafeyk en Brugge waren. De laatfte heeft in den jaare 1410 dezooloffelvke ennooit volpree. ze Olieverw-Schilderkunst gevonden , dus weinige jaa.ren na dato is de Eyverw-Schilderkunst geheel in de vergetelheid gedoirpelt, zo dat men er nu in het geheet niet meer van hoort, als of dezelve nooit beftaan had. En geen wonder, want door de byzondere kragt, malfigheid , en met de Natuur overeenkomende navolging, en eigenfchap der Olieverwen , moest al het oude hiervoor wyken.

(ƒ) Eene ry van Eeuwen heeft men dan met het Eywit onder de Verwen gefehiHerd : deeze keten wierd op een geer mnte wys verbroken doof den vinder der Olieverw fa. het jaar 1410, en ik poog my te onderwinden mede op

Sluiten