Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8 LEER-REDEN

geeven zal (a). Ziet daar, hoe de Wet fprak. Ziet daar de zegeningen welke zy beloofde: zegeningen van koorn en vruchten : zegeningen van beeften en klein vee: zegeningen van fchuuren en erfeniffe: zegeningen van fteeden en velden : en by gevolg lichaamelyke zegeningen. En men behoeft zich daar over niet te verwonderen ; want de Wet was niet anders dan de vernieuwing der natuur, zy moeft dan ook goederen en voorrechten der natuur voorftellen. De Wet had eenen lichaamelyken Middelaar, eenen Mofes , eenen nietigen zondigen en' fterfelyken menlch , gelyk als de anderen. Zy moeft dan ook lichaamelyke zegeningen voorftellen. De Wet beloofde tot belooning , eene aarde , een land vloeiende van honig en melk. Zy moeft dan aan haare opvolgers de gemakken van de aarde doen te gemoet zien. De Wet was een tyd van kindsheid; het waren de kindfche jaaren van de Kerk. Zy moeft derhalven de menfehen als kinderen behandelen; en gelyk gy ziet, dat men de kinderen beftierd door dingen van geringe waarde en belang , door fpeeltuig , door appelen, door fuiker, en door kleine fnuifteryen/ om dat zy noch niet in ftaat zyn om het waar beftendig en gewigtig goed te kennen: even zoo waren de menfehen onder de Wet, in de zwakheid der kinderen , God verbond hen aan hunnen pligt door lichaamelyken voorlpoed, dewyl zy noch niet bekwaam waren om de waarachtige geeftelyke goederen te finaaken, die bewaart wierden voor de Euangelidagen, waarin de Kerk een volkomen man moeft zyn , waarin de Kerk zich

moeft

(a) Deutt: 28vs. 2, 6 en 8.

Sluiten