Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5'6 LEER-REDEN

altoos aan hunne eerfte mcefters, en de bezitting daar van kwam noodzaakelyk weder tot hen, tentyde van het jubeljaar, daf is te zeggen, op zyn I'angft ten einde van vyftig jaaren. Het gefchiedde om aanteduidcn, dat het geluk in het hemelfche Canaan waarlyk onvervreemdelyk zal zyn, dat het ons nimmer zal verlaaten, en dat niets ons daar van zal kunnen berooven: want het jubeljaar zal daar geduurig' en zonder tusfchenpoozing zyn, by gevolg zal daar eiken ftond een tyd van onverwisselbaar eigendom weezen : de bezitting van het goed zal daar vad en beftendig zyn.,zonder dat eenig toeval daarvan ooit de genieting kan ftooren. Hier 'beneden zyn de goederen in eene geduurige wisfelvalligheid, zy gaan en zy komen zonder ophouden, even als de baaren der zee. Zy doen niet anders dan van eigenaars veranderen; en men zoude eerder het geheim vinden, dat tot hier toe noch met uitgedacht is,om het kwikzilver vaft te maaken, dan om de goederen der weereld in een huis te houden; want al maakte men over de geheele aarde eene Wet, gelyk aan die der Hebreërs, welke het eigendom der erffenisfen verzekerde, en die wederom in eene halve eeuw aan hunne bezitters deed komen, nochtans vermengen, verkeeren, en vernietigen de oorlogen (welke onvermydelyke beweegingen in het menfchelyk gedacht zyn) alle dingen in het burgerlyk leven zoodanig, dat men niets meer herkent, in de piaatzen daar zy hunne groote en.,fchrikkelyke verwoeftingen hebben aangerecht; ja, men ziet zelve dat in Judcea de huizen veranderden even als elders, dat de rykfte, de grootfte, en de magtigfte daar met den tyd in de armoede, en in de geringheid vielen,

na-

Sluiten