Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over EFEZEN I. 14. $7

nadien dat van David zelve, den van de grootfte der Koningen, die ooit den troon beklom, ten tyde van onzen Heer tot een Timmerman vermindert was. Daar is niet anders dan den hemel» waar men zich eene ftandvaftige bezitting moet belooven. Overal elders zyn de goederen niet anders dan verpandingen voor eenen tyd;zy kunnen ons begeeven in éénen oogenblik, en Salomo fchryft hun zelve vleugelen toe, gelyk als aan vogelen (0), om datvzy ée'nsklaps wegvliegen, en dan menigmaal, als wy daar het minft op denken. Maar in den hemel is niets te vreezen , het goed is daar zonder gevaar, om dat_ het daar zonder ongeftadigheid, zonder verandering, en zonder einde is. Daar, word derhalven maar alleen de waare erfenis gevonden. En het is met reden, dat de H. Paulus haar ONZE erfenis noemt, om dat wy 'er elders geen hebben, noch hebben konnen. Alle ander goed, buiten dat van den hemel, is geen erfenis; het is flechts een pachting, het is niet anders dan een huurgoed, het is maar een vruchtgebruik, het is niet meer dan een genot van eenige jaaren, waar van men kan verftooken en berooft weezen in dénen morgenftond. Maar den hemel is eigentlyk een erffenis, waar op wy ftaat kunnen maaken, en ons verzekeren van eene bezitting : ja niet alleen van eene bezitting, maar van eene nimmer eindigende gelukzaligheid; nadien men daar in ten allen tyde, eenen vollen en overvloedigen oogft van vreugde, van vermaaken, van heerlykheid, en van eeuwige rykdommen vind. O dierbaare en onwaardeerlyke erffenis ! Welgelukzalig zyn ze die u bezitten, en die

de

(a) Spreuk. 23 vs. 5.

D 5

Sluiten