Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£ L Y S PEL. szj

TWEEDE BEDRYF.

EERSTE TOONEEL. Het Toeneel verbeeld een ander gedeelte van het Eiland.

Alonzo, Sebastiano, Antonio, Gonzalo, Adkiaan, Fhancisc o, Hevelingen.

Gonzalo.

lx. bid, myn Heer, ftel u gerust. Gy en wy allen hebben reden tot vreugden; want onze redding is aanmerkelyker, als onb verlies. Het ongeluk, dat wy ontmoet hebben, is een gemeene zaak; d-agelyks heeft een Kapteins of Koopmans Vrouw, dezelve reden tot klaagen; doch van zulk een wonder als onze behoudenis is , weeten , onder Milioenen , flegts weinige te fpreeken. Weeg dus wyflyk onze rampen tegen onzen troost op, en bevreedig u, myn Heer.

Alonz o.

Ik bid u zwyg.

(li) S e B as ti ano.

[Hy neemt uw troost aan, als koude Soep.

An-

(u) Alle deze redenen, welke men tot onderfcbeiding tusfehen [] geflooten heeft, fchynen van een vreemde hand, mooglyk door Tooneeljpeelers, ingevoegd, om te meer, indien het flegts niet zeer o». gerymd is, doch in de mond van ongelukkige Schip, breukelingen, een hoogst onmtuurlyke en wanvoegely. ke korswyl is. Daar komen nog meer redenen Van deze foort in bet vervolg van dit Tooneel voor —— Pope — Theobald twyffelt metregt aan de regtmaatigheid van deze gisfing , om dat het volgende, als men deze plaats weg laat, niet genoeg te faamen hangt.

I. Deel. P