Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234

W. ROBERTSONS

Stad, in welker nabuurfchap Atahualpa geleegerd was Pizarro nam 'er een groot plein in bezit, aan de eene zyde van het welk een gebouw was, *t welk de Spaanfchen een paleis der Incas noemen, en aan welks andere zyde een tempel der Zonne ftond, alles met een fterken aarden wal omgeeven. Van hier zond hy Gezandten met vriendfchaps betuigingen tot Atahualpa, die beloofde den volgenden dag een bezoek by hem te zullen afleggen.

De glans van zo veel goud, als de Gezandten in het Peruaanfche Leger gezien hadden, en 'twelk de denkbeelden der Europeaanen van dien tyd verre te boven ging, had hun allen zo zeer getroffen; dat Pizarro 'er door aangedreven wierd tot hetverraaderlyk befluit om zig vandenperfoon des Incas, dien hy genoodigd had, meester te maaken, waartoe hy bedaardelyk alle de noodige bevelen gaf. Het was den r6 November 1532. wanneer Atahualpa, met groote ftaatfie en een luisterryk gevolg tot hem uittoog, op een Troon zittende met veelverwige pluimen verïïerd, en als bedekt met goud, zilver en edele gefteenten. Toen de Inca de Spaanfche kwartieren genaderd was, kwam Vader Valverda met een kruis in de eene en een getydeboek in de andere hand hem te gemoet, om hem in eene lange redevoering te verklaaren den val van Adam, de lydensgcfchiedenis van den Heiland, *t Stedehouderfchap Gods aan St. Pieter verleend, den overgang van hetzelve op de Pauzen, en de gift, die Paus Alexandcr aan den Koning van Castilien had gedaan van de geheele nieuwe waereld; uit welken hoofde hy beweerde dat Atahualpa zigylings moest onderwerpen, of dat hy, zo hy zulks godlooslyk weigerde, de fchrikkelykfte draf te wagten had.

Het antwoord van Atahualpa op deeze aanfpraak, door eene gebrekkige vertolking hem voorgefteld, was bedaard

Sluiten