Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dior de Maatfchappy van den LANDBOUW. 513 die warmer of broeijender is dan de korte, te hulp komen- voor al, wanneer men genoodzaakt is die landen altoos, en zonder dat dezelven beweid worden, te hooien Dan dewyl de raauwe houtasch te kostbaar is, verkiest de Hr. M. de turfasch , die 'er mede in de maand Maart, of, wanneer de landen nog te vogtigzyn, als dan in April opgebragt moet worden; op de hoogere twaalf zakken jaarlyks, op de laagere dertien a veertien per morgen, en om de vier of vyf jaaren lange paardemest. Of ,by mangel van dezelve gemengde mest van paarden, koeijen en fchaapen, alleen koemest gebruinde, moet deeze dun over het land geflagen worden, liever de bemesting,om de drie of vier jaaren, herhaalende,dan op eenmaal te veel gelyk daar op brengende.

Vier zakken raauwe houtasch dienen 'er, om de twee jaaren, op één morgen zwartaardige grond geftrooit te worden,doch, wat meer naar het drooge en zandige trekkende, maar drie zakken. Men onderfteunt dezelve, om de drie jaaren ,met koemest. Altoos beweid wordende is eene zesjaarige bemesting beftaanbaar, ten ware de grond al te zeer naar het zandige trekke , dan moet deeze, om de vier jaaren, met een weinig koemest geholpen worden. Hooilanden,welke nooit beweidt worden , worden best verbeterdt, als men,om de drie, of zelfs om de twee jaaren, daar op een weinig koemest brengt. Dan hoe meermaalen de Landman dit doed, hoe minder kwantiteit mest telkeas. De ordinaare zwartaardige weilanden , meer kleiagti• ge ftoffe bevattende, of vogtiger zynde, diend men , om de vier jaaren met enkelde koe, of wel gemengdenmest te verbeteren, en , zo zy zeer vogtig mogten zyn, kan de paardemest van veel dienst zyn, als men om de twee raaren vier zakken raauwe houtasch ftrooit. Gemeenlyk brengt men negen zakken turfasch, jaarlyks, in de maand

Maart

Sluiten