Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis van SohotlanS. 147

verlies van den Kanzelier Maitland, die in *t jaar 1595 overleedt, hem in geene kleine verlegenheid bragt.

Na den dood van dezen kundigen Staatsdienaar raakte het klem der Regeering in handen van eenen Raad van agt Regtsgeleerden s voornamentlyk aangebeld , om zorg te dragen op het beduur van 's Konings Geldmiddelen , terwyl de gerugten der groote toebereidfelen in Spanjen , Engeland en Schotland met fchrik vervulden,

De Vergadering der Kerke, 's Konings ernst en opregtheid in twyfel trekkende, delde hem een plan voor tot beveiliging van het Ryk en den Proteftantfehen Godsdienst. Maar Jacobus, in plaats van het oor te leenen naar de gedrenge maatregelen, die men hem ten aanzien der uitgebannenen en hunnen aanhang voorfchreef, toonde zig bereid de Itraffen , die zy reeds leden, te verzagten, en hen, onder zekere voorwaarden, in hun Vaderland te rug te roepen. Zy, hier yah welhaast verwittigd, leverden een Smeekichrift aan den Koning over, verzoekende verlof om in hunne eigene hui^ zen te mogen woonen, met belofte van verzekering te zullen geven van hun vreedzaam gedrag, in het toekomende.

Naauwlyks hadt Jacobus, na ingenomen raad van eene Vergadering der Staten , het gedane verzoek toegedaan, of de Kerkelyken, hier van verwittigd, kwamen te Edenburg famen, en namen, met al de verhaasting, die de vrees en yver inboezemen, zodanige befluiten, als zy tot welzyn des Koningryks noodig oordeelden ; maar die ook te gelyk, niet min drydig met den aart der daats gijdeltenisfe eh

zon

Sluiten