is toegevoegd aan uw favorieten.

Moriz, of De gevallen van den heere Lemberg.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

233 MORIZ

Bewijs daar van, reeds op het Landgoed van den Uverften gekomen was.

„Kom nu, Moriz [dus fchreef mij „ Leentjen.] VJieg in mijne armtn. „ Mijne oogen zullen de eerfte zijn die u „ zien; mijne armen de eerfte die u omhel,, zen! mijne Lippen de eerfte die de uwe „ zullen drukken. Uw adem zal mij het „ eerst te gemoete komen. Uw hart het „ eerst aan het mijne kloppen. Stap der-

halven, wanneer gij komt, niet voor het „ Slot af, maar voor de Tuindeur: zij zal „ openftaan, en ik zal 'er u verwagten. „ Hand aan hand vliegen wij dan naar de „ Kamer van mijnen Vader ; daar na bij mijne „ Moeder , en eindelijk overal heen. Ik „ Öaap niet voor ik u zie: en zal niet kun„ nen flaapen zo dra ik u gezien heb. Over„ morgen, tusfehen vieren zes uuren, moet „ gij bij mij zijn ; en zo gij 'er dan niet zijt, n dan z'jt g j dood , of gij bemint mij niet „ meer."

Deze Regels joegen het vuur doof mijne aderen. Ik had te voet naar haar toe willen loopen, indien ik bedacht had, dat mijn Paard eerst gezadelt moest worden. Zonder Verlof zou ik vertrokken zijn, indien mijne

Ka-