Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f 2*9 )

«le„rechten dezer Stad, gequalificeert was, zulx zciidt den Beklaagde niet veel moeite kosten te deduceeren :

15. Doch om hier op niet te blijven ftaan, zal (zer men vertrouwt) genoeg zijn, zich bij het tweede ver* eischte te bepaalen;

26. En daar toe avanceeren:

I. Dat een Hoofd-Officier, geduurende zijne amptsbediening,. offchoon hij al een Lid van de Vroedfchap was, geen Stem nog Sesfie in den Raad vermag te hebben, zo als dit aangetoond is bij de Deductie of Remonftiantie van de Leeden van de Vroedfchap, den 1 May 1749, aan den toenmaaligen Stadhoa-' der overgeleeverd , tege de Sesfie en praïfidie van de* Heer van Ter Meer, als Schout, in de Vergaadering.van de Vroedfchap: — te vinden in de Bijlagen tot het 3 en 4 Iets voor Utrechts Burgeren, pag. 1 — 17. en pag. 26—28. els mede hij de Overdracht in het Utr. Placaatb. 3 'Deel. f tl. 204.

27. Als mede,

H. Dat, ingevolge van de Refolutie , bij den Raad genoome den 3 Jnly 1605, en vervolgens ter Staats-Vergaadering ingebracht, de te befchrijvene Edelen geen Officiers van't Land mogen zijn. Zie Utr. Placaatl. I Deel, fol. 179.

28» Men vind daarom, dat, in het jaar 1642, Jonkr. Henrick Ve&ckenaar, Heere van Valckenaar,Duijkenborch enz., alvoorens in het Lid der Heeren Edelen befchreeve te kunnen worden , heeft moete nederleggen, en vcrlaaten zijn van, 't Schouts-ambt der Stad Utrecht, dat hij bekleede. Zie U',r. Placaatb. 1 Deel, fel. ci'3.

29 Zo

Sluiten