is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C4*8)

offchoon toen de Utrechtfcbe Profesforen in de rechten, Bemardus Schotanus en Antonius Matthcens, nevens eenen A. D. vart Buchell, het Gerecht tot de Confisca. tie (even als tegen Rovenius, die geen Burger of Insecten van Utrecht was) bij Advijs, in datoden 26 lebruary 1640, hadden geadvijfeert: van welk Advijs eene zeer authenticque Coptf., door de hand van ScUtanus gefchreeve, noch in weezen en voor handen is,- ■ ■ ,

655- Zijnde de voorn. Heer f ohmnes Wachtelaer, ter zaake van de fwaare en atroce deUüen (bij Sententie vermeld) firijdende tegens de Hooghe Overheijt en de Placaaten van den Lande, eerst verftoke van alle Excep. tien, enz. „ en alzo hij contumacie gebannen uit de Stad „ Utrecht en Vrijheid van dien, mitsgaders de Heerlijk„ heid van Vreesweek anders genaemt de Vaert, zijn leven „ langh, met interdictie van in dezelve weder te moghen „ komen, op pcene als in de Placcaten by de Hoeghe Over„ heijdt dezer Landen geemaneert. Verklaar ende mede „ den Gedaagde vervallen te zijn van fijne Canonijcque „ prebende St. Marien voorfz. ende alle andere fijne Be* ,, neficien: Condemnerende hem voorts in een pecunieele „ mulcte van Ses Duijzent Guldens, en daartoe in alle kos„ ten en mi/en van Jufiitie over fijne faecken gevallen, „ tot taxatie van den Gerechte." Gelijk men dit een en ander vinden kan bij Aitzema in het V Deel, van pag. 0 tot 14 in de Quarto druk.

656. En, zo er ooit omftandigheeden in onze Provincle geëxteert hebben, waar in tege de Autheuren, als begaan hebbende het Crimen leejee Majejiatis {f pel

duel