Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( S°*> )

828. Waar uit dan volgt, dat het Gerecht bij de Sententie tege den Beklaagden het Bannisfement, met de voorfz. voorbehouding en zonder pane, niet heeft moge doen,

829. Maar dat (in geval van waarachtige overtreeding) het Ban-Vonnis moefte gegeeve zijn, op dezelve posne als de Beklaagde (naar hun gevoelen) zoude hebbe moeten lijden , indien ^hij tegenwoordig hadde gei weest:

Gelijk als dit ook aangetoont word door Mattbceus de Crim. Lib. XLVIII Big. Tit. 20, Cap. 3 J 4 & 5,

Om die reede is het ook geweest, dat bij de bovengemelde Sententie van het Gerecht der Stad Utrecht, tegen J. Wachtelaer gevonden word „ met interdiclie van „ in defelve weder te moghen komen, op pctne als in de „ Placcaten bij de Hooghe Oierheijdt defer Lande geëma» „ neert."

En in de Sententien tege P. Rovenius en G. Mook hier bove gemeld „ zonder oit daar weder inne te mogen , komen, op pane van gejlraft te worden als een vijant defer „ Landen."

En zo ook in de zaak van den Solliciteur Lieftinck mede hier bove gemeld ,, met interdiclie van oit of oit „ wederom daar in te komen, op pane van aan den Lyve ti geftraft te worden."

Gelijk ook noch niet uit het geheugen kan zijn de Sen« tentie, bij contumacie geweeze, in het geval van ontvoering, waar bij de Gedaagde in perzoon is gebanne ten eeuwigen dage, uit de Stad Utrecht en de Vrijheid van dien, gelijk ook uit de Hooge Heerlijkheid van de Vaart „ met interdiclie van oit of tit daar in te

„ *«-

Sluiten