Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

Numa Pompilkis

refe ftroomt, naar deszelfsmuuren bcvogtigd te hebben, al kronkelende door de hoven van verfcheiden huizen, hier en daar rondom deezen tempel geftigt. In deeze heilige verblyfplaatfen flyt elke priefter der Godin, met vrouw en kinderen, zyne dagen in gebeden, in arbeid, of in den fchoot der liefde. Befchermd door de Godheid , welke zy vereeren, gevoed door den grond , dien zy bebouwen , geliefd van de echtgenooten, welke zy gelukkig maaken, gezegend door hunne kinderen, en in vrede met zigzelven, genieten zy het zoet des levens, zonder den dood te vreezen of te wenfehen.

De eerbiedwaardige Tullus hadt het bewind over deeze Priefterfchaar. In den ouderdom van tagtig jaaren bediende hy het Opperpricfterfchap met al den yver eens jongelings en alle de toegeevendheid eens gryzaarts. Aangebeden van die met hem omgingen, geëerbiedigd van alle andere, wierd hy niet gevreesd dan door de boozen. Een gunfteling der Goden en een vriend der menfehen zynde badt hy zelden voor zigzelven, maar altoos voor de weduwe of den wees. Bejegende een burger van Cures, of een landman enig ongeval, was een huishouden in onmin geraakt, of was de eendragt uit een geflagt gevloden, dc ongelukkige vader,

man,

Sluiten