is toegevoegd aan uw favorieten.

Numa Pompilius, tweede koning van Rome.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

Numa' Pompilius

hem, wil hem tocfpreeken; de woede beneemt hem de fpraak. Hy meet hem met een glinsterend oog af ; hy zoekt de plaats, daar hy hem treffen moet, en, met de zwaarfte van zyne fpietfen aanleggende, verzamelt hy alle zyne kragten, en werpt haar op Leo. Misfchien ware de Nemcïfche leeuwen-huid doorboord ; misfchien fcuitede die verfchriklyke flag voor altoos debedryven des jongen helds: maar Romulus werpfpiets ontmoet de zwaare knods, waarmede Leo de Romeinen verfloeg; zy dringt door de kwasten, en door het yzer, waarmede zy voorzien is, gaat in de knods vastzitten, cn ontwringt haar de hand haars meesters.

Leo , ontwapend , ftaat ftil , en rondom ziende; befpeurt hy eenen overgrooten Heen, welken men niet uit de legerplaats hadt kunnen wegruimen, en die den landbotiweren tot eene fcheidpaal gediend hadt. Leo vat hem en rukt hem uit den grond: hy ligt hem boven zyn hoofd en werpt hem op zynen vyand aan.

Romulus , getroffen , flort onder den fteen ter neder. Zyne krygslieden fchieten toe en ontwikkelen hem. Maar de koning van Rome kan zig nietlanger overeind houden: door den verfchriklyken flag geplettcrd, een dik zwart

bloed