is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over het heldendicht.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het HELDENDICHT, lef

uit voortgekomen zij. Of hij heeft een Landfchap uit de natuur gekozen, maar 'er deeze bijzondere deelen afgelaten, geene wederom bijgevoegd. Het eerfte ftaat gelijk met eene gefingeerde, het laatfte met eene in den grond waare gebeurtenisfe, doch die door den Dichte* naar zijn oogwit veranderd is.

Ik weet wel dat met deezen regel de oude Heldendichten van Homerus en Virgilius , als men ze uit onzen tijd beoordeeld, en verfchillende vakken uit de nieuwere Heldendichten, vooral in het wonderbaare, veel van hunne waarfchijnlijkheid verliezen — dan wat de eerften aangaat, men moet zich in hunnen tijd overbrengen, en de natuur, zo als ze toen bekend was, opfpeuren, om ze waarfchijnlijk te vinden — die ze uit een ander gezichtpunt beoordeelen wilde, deed ze in de daad onrecht. De begrippen omtrent hunnen Godsdienst, daar ze hun wonderbaar uit faamengefteld hebben , werden toen algemeen aangenomen. Maar de laatere Dichters hebben voor Christenen gefchreven, men beoordeelt in hunne werken de waarfchijnlijkheid, niet uit de leerftellingen der Heidenen, maar uit de algemeene aangenomen begrippen der Christenen, en hebben ze dit gezichtpunt uit het oog verloren, zij zijn 'er om te veroordelen. — Wij zullen op zijn tijd zien, dat onze fchoone Godsdienst, ver van den Dichter in zijne uitgebreide vlucht te ftremmen, zelfs aan het wonderbaar den onnavolgbaarften luister verleent. Men kan, ik herhaal het, de waarfchijnlijkheid den tegenwoordigen Dichterén niet genoeg aan-

be-