Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 130 )

rekening, en wind gij veel, zoo krijgt gij ook Veel.

w Dat laat zig hooren, Genadige Freule ! dat „ laat zig hooten. "

Florentin ftond verfteld over dit accoord van een Meisje ; hij liet Rothbeck naar huis gaan, en viel haar om den hals. — Mijn Engel I zeide hij: waar hebt gij dit alles geleert ?

„ Hoor, mijn Lief! ik zal u iets openbaar „ ren, gij weet, men heeft mij van der jeugd „ af veel verdand, en een edel hart toege„ fchreven ; ik heb dikwils -wel- eens nage„ dacht, waar ik dan toch dat groote ver„ (tand wel mocht hebben zitten, en kon niets „ bijzonders daar in vinden, zoo dat ik dik„ wils dacht: de luiden veezien zig geweldig „ aan u ! en toch was 't mij dikwils zoo „ klaar, wanneer ik wat hoorde, dat andere w lieden niet wef begrijpen konden ; ik voelde „ wel zoo wat aan mijn hart, maar wift niet, „ wat het ware. — Toen ik nu vervolgens te w Eichenborn hoorde , dat wij ons vaderlijk „ Goed terug zouden krijgen , zoo ftraalda w mij een licht als uit het binnenfte mijns har„ ten toe, ik voelde, hoe het mij door alle

» mij'

Sluiten