Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vier en twintigste BRief. itt

Deze regtbanken zyn alleen voor de arme geltreng. Her gelii heefc hec zelfde vermogen in Perfiën als in Europa. Op hec gezigc van die metaal zwygen de wetten, de geregtigheit valt in flaap, eri hec gezag ontbloot zig van zyne regcen. Hier öm wandelt de ryke misdadiger mee hec hoofc opgeheven, en de ftrafwsardige arme boec in de folteringen zyn misdaaden en armoede.

Dë meeft gebruikelykfte ftraffen in Perfiën; beltaan in het geeven van fiokflagen en den halsbanc. De ftokflagen zyn voor hec gemeene volk; zy werden onder tegen de voeten gegeven, eri zyn zeer fmertelyk. Zeldzaam fluit men iemanc anders als perzonen van aanzien, die nog niec gevonnilt zyn, in den halsbanc Dezen halsbanc is van een byzonder maakzel: dezelve is by de drie voecen lang , en uic drie ftukken houc zameti geftelc, waar van hec eene korter als de twee anderen zynde, een langwerpige driehoek uitmaken. Den lyder heeft het ópperfte gedeelte van deri driehoek om den hals, en de eene hant aan hec uiterftc gedeelte vaftgehegc. Hy Wandelt dus met zyn halsbanc; en een der Hecren van her Hóf is gelaft om hem ce bewaken. Wanneer de misdadiger ter dood verwezen is, het geen zeer zeldzaam gebeurt, opent men hem de buik, of wel * boorC men hem een menigte gaten in het lighaam, waar in men brandende fakkels fteekt, in deze ftaat leit men hem door de ftad. Zoo het eert moordenaar is, geven hem de regters, aan de bloedverwanten van den dooden over, die hem' alle de folteringen aandoen, welke dè wraak hen inboezem;. ,

ó 2 Üéf

Sluiten