Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeven en Zeventigste Brief. 3

hadeen vreemde overeenkomft met den Czaar Peter I: beide deden zy hunne zonen fterven > om dat zy hen van een zamenzwering verdagt hielden.

Cafan, was voormaals ryk en blocijcnde, en heeft alleen eenige overblyfzclen van haaren Vorigen welvaart behouden. Zy legt in eene ^ vlakte, langs een kleinen heuvel, aan de rivier de Cafahka , waar van zy haaren naam ontleent, als mede het geheeleland, deze rivier ontlaft zig in de Wolga, die 'er niet ver van verwydert is. De uitgeftrektheid van deze Stad is vry aanmerkelyk; maar deszclfs huizen en veftingwerken . zyn alleen van hout. Zy word door een kafteel befchermt * waar vart de veftingwerken van gehouwe cn gebakke fteen zyn: de rivier diend het tot een gragtj en het is van een goede artillery en bezetting voorzien. De hooftkerk , het aardsbisfehoppelyke paleis, dat van den Stadsvoogt, en da geregtshoven zyn in het kafteel. De Stad is meteen gragt en pallisfaden omringt; en word gelvk de voorlieden , door Rusfifche handwei ksliedèn , en Mahomettaanfche Tartaaren bewoond, die uit dit land oorfpronkelyk zyn. Het is aan deze laatfte, op levensftraf verboden , om in het kafteel te komen. "Zy leven behalven dit met veel vryheid; en behalven do vrye oeffening van hunnen godsdienft, genieten zy verfcheide voorregten. Zy dryven met de Peruanen, Turken cn andere OoftcrA 2 fenë

Sluiten