Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 De Nieuwe Reisiger.

dezelfde uitgeftrektheid. Maar de Maan verfchaft als dan het zelfde nut van de Zon; haar ligt, ge voegt by de witheid der fneeuw, geeft genoegzaam ligt, om de inwoonders in hunne jagt, vifchvangft en reizen, te beftuu' ren, en tot alles waar toe het zonneligt noodig is. De koude is zoo geftreng in dit jaargetyde, dat de geeft van wyn in de thermometers bevrieft. Wanneer men de deur van een warm vertrek opent, zoo doed de buitelugt dc dampen, die 'er in befloten zyn, aanftonts in fneeuw veranderen : 'er worden groote witte wolken van gevormt; en wanneer men uitgaat, zoo fchynt de borft door de koude verfcheurt te worden. Door de eenzaamheid , die in de fteden heerfcht, zou men zeggen dat de inwoonders door de koude omgekomen waren; zomtyds vermeerdert zy zooi plotsling, dat die genen, die 'er by ongeluk voor blootgefteld zyn, 'er de armen en beenen , en zomtyds het leven zelfs door verliezen. Op andere tyden ontftaan 'er onweders van fheeuwbuijen, die nog gevaarlyker zyn. De wind dryft hen met zoo veel geweld voort dat alle de wegen in een oogenblik Verdwynen. Te vergeefs zoekt men 'er door de kennis dér plaats, of de teekenen die aan de boomen zyn, dezelve weder te vinden; men word door de dikte der fneeuw verblind ; en men kan geen voetftap voortgaan zonder 'er in te zinken.

Maar

Sluiten