is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Nieuwen Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. IX: 0—23.

77

hun, 't geen zij. gezien hadden, niemand te zeggen, tot dat de zoon des menfchen van de dooden zou zijn opgeftaan:| zij be» 10 hielden het derhalven bij zig, waren egter twijfelachtig, en overleiden met malkanderen , wat het betekenen moest, van de dooden opJiaan.\

Doch zij vraagden Jefus i waaróm zeggen n dan de Geleerden, dat Elias vooraf komen moet?| Hij antwoordde: Elias zal zeker- 12 lijk komen, om alles weder te regt te brengen. Maar hoe kan dan van 's menfchen zoon gefchreven ftaan, dat hij veel lijden en veracht worden moet?| Maar ik zeg 13 u: Elias is gekomen, en zij hebben hem gedaan, 't geen zij volgens het getuigenis der fchrift hem doen wilden- \

vs 101 Dewijl de Jooden de leer hadden, dat de Christus niet ftarft (jroan. XII: 340 zo meenden zij, dat dit 'opftaan van de dooden met in een eigenlijken zin kon genomen worden, maar een oneigenlijken zin moest hebben; welken ? dit weeten zij

™evs. 13. zij hebben hem gedaan, 't geen zij voh gens het getuigenis der Schrift hem doen wilden.^ Den voormaaligen Eiias tragtten zij te dooden, I. Kon. XIX: 2. 3. 14. dezen nieuwen Elias hebben zij wezenlijk gedood. — Het overige, 't geen noodig is, om deze plaats te verftaan, is reeds in de aanmerking op Matth. XVII: 12. gezegd.