Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258 HET EUANG. VAN JOANNES.

aan mij.| Simon Petrus zeide: Heere! niet o de voeten alleen, maar ook de handen en het hoofd.| Jefus zeide: die zig gebaad 10 heeft, behoeft niet verder, dan de voeten te wasfehen; hij is reeds geheel rein; en ook gijlieden zijt rein, maar niet alle.| Hij kende naamelijk zijnen verraader; daar-ii om zeide hij, dat zij niet alle rein waren. I Toen hij hunne voeten gewasfehen, en**

vs. p. 10.] Petrus zelf vertlaat de woorden, als of dit wasfehen een heilig, iets betekenend gebruik, gelijk wij het noemen zouden, een faerament zijn moet, om hem van zonden te reinigen: doch Jefus antwoord, dat dit de meening niet zij, dat hij hen allen, een éénigen uitgezonderd , voor rein befchouwe.

die zig gebaad heeft, behoeft niet verder, dan de voeten ie wasfehen; hij is reeds geheel rein] Wasfehen en baaden moet men wél van malkanderen onderfcheiden, en in 't Grieksch zijn bet geheel \erfchillende woorden: veele overzetters, ook Luther, hebben den zin verduisterd, als zij voor beide het zelf. de woord, wasfehen, zetteden. Het baaden was bij de zuidlijke volken meêr in gebruik dan bij ons, en men had overal in fteden gelegenheid daartoe, badhuizen. Gemeenlijk placht men zig, eêr men na een gastmaal ging, te baaden; als egter daarna nog de gasthouder volgens de Oosterfche wijze iemand de voeten wiescb, zo was dit niet, om den gast te reinigen, die reeds rein was, maar eene betuiging van vriendfehap. Elke gasthouder, die zijne gasten hoffelijk bejegende, deed dit, en Jefus maakte Luc. VII: 44. eene aanmerking daarover, dat een Pharifeër, bij wien hij te gast was, het had nagelaaten. Zo nu, als een teken van vriendfehap, moet ook hier dit voetwasfehen befchouwd worden, geheel niet als eene reiniging van iemand, dien men te vooren voor onrein hield.

vs. 12—17.] Hier geeft Jefus nu de verklaaring van zijn bedrijf, welke hij vs. 7. beloofd had. Hij wil

zij.

Sluiten