Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 HANDELINGEN der APOSTELEN.

fus, dien gij gekruifigd hebt, tot eenen Heer en Christus gemaakt heeft, j

Als zij dit hoorden, ging het hun door37 het hart, en zij zeiden tot Petrus en de overige Apostelen: Broeders! wat zullen wij doen?| Petrus andwoordde: hebt be-38 rouw over 't geene gefchied is, en laat u in den naam van Jefus Christus doopen, zoo zult gij den heiligen Geest ten gefchenke ontfangen.| Want u en uwe kinderen 39 is deze belofte, en allen nog verwijderden, die de Heer onze God herwaards roepen

zal. |

Christus gemaakt heeft] Het eerfte, tot eenen Heer , ziet op de even aangehaalde plaats uit den CX Pfalm, die men wel gewoonlijk vertaalt, de Heer heeft gezegd tot mijnen Heer, maar ik egter, wegens de in het Critifche Collegium bijgebragte redenen, de Heer heeft tot den Heer gezegd. Als dan is Heer wel niet Jehova, welke naam ook in het Hebreeuwsch niet ftaat, maar alleen Adonai , niet eeuwi» ge God, maar toch de algemeene Heer, dien allen aanbidden, in wiens naam zich, (volgends Phil. lis 10. li.) alle kniën der genen , die in den Hemel en op Aarde, en onder de Aarde zijn, buigen, en alle tongen bekennen moeten, dat Jefus Christus de Heer is, tot eere Gods des Vaders. Aan eenen eeuwigen God, aan Jehova moet men niet denken; daartoe konde God den mensch Jefus niet maaken; maar de hoogere godlijke natuur, die met hem verbonden was, is van eeuwigheid God, en behoefde niet eerst daar toe gemaakt te worden.

vs. 38. zoo zult gij den heiligen Geest ten gefchenke ontfangen] Niet alleen de Apostelen onifingen de gaaven des heiligen Geestes, maar ook naderhand andere Christenen , dooi de oplegging der handen van de Apostelen. Zie Hoofd/I. IV: 31. VIII: 14—17-

vs. 39. en allen nog verwijderden, die de Heer

onze

Sluiten