is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Nieuwen Testaments met aanmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ii8 HANDELINGEN eer APOSTELEN.

heiligen Geest, de oogen naar den Hemel;, zag de heerlijkheid Gods, en Jefus ter rechtehand Gods ftaan,| en zeide: daar zie 56

ik

ongelooflijk, ja bijna onmogelijk maakt. Ware 't gene men voorgeeft, daadüjk gebeurd, dan had immers het geheele Gerecht, het omftaande Volk, en de valfche Getuigen het moeten zien , en hoe ware het dan m'oge'ijk geweest, dat zij ongeloovig bleeven, of ten m 'nde niet, door ontffeltenis, uit eikanderen liepen? hoe ware het mogelijk, dat zij Stefanus fteenipden? Waarom flopten zij de ooren toe, om niet van Stefanus te hooren , 't gene zij zeiven aan den Hemei zagen, en hielden zij niet veelmeer de oogen toe, om het niet te zien ?

Zelfs, wanneer men Lucas niet voor eenen door God geïnfpireerden Schrijver houdt, kan er eene bedenking ontdaan voor 't gene Stefanus zelve gezien heeft. Daar hij het alleen ziet. en terftond daarop geiteenigd wordt, kan dit volftrekt niemand buitem hem, geen Gefchiedfchrijver anders weeren, dan uit z'jne in het volgende vers verhaalde woorden.

'vs. 56. daar zte ik den Hemel open, en des menfchen Zoon ter rechtehand Gods /laan] alleen deze woorden zouden ook eenen anderen zin kunnen hebben, en alleen met de fterkfte aandoening beteekenen, wat hij in het geloof zag. Ik zie reeds Jeins ter rechtehand Gods, dat is, ik weet het, ik geioof het zoo zeker, als of ik het zag. Het zou eene zeer Jeevendige en ftoute figuur zijn, dit erken ik/, intusfchen zou ik het toch niet waagen, e'genlijk te bellisfen, of niet Srefanus, als door een affectvol geloof tot aanfchouwen vervoerd, zoo zou hebben kunnen fpreeken , zonder eigenlijk, met de oogen van het ligchaam, den Hemel epen, en Gnd en Jefus te zien. Wanneer wij eenen Prediker in vollen gloed en ver. rukking 'hoorden zeggen: „ De Hemel opere zich voor m'j, en ik zie u, mijn Verlosfer! m<jn Voorfpraak! ter rechrehand Gods zitten.'" zouden wij deze woorden geheel eigenlijk neém'efl? Ook Jefus zegt Matth.

XXVLk