Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 343 )

5, Sfk liet deeze brieven door eene vertrouwde meid ,9 af haaien, by welke gelegenheid betje my het eer„ de en wel zeer duidelyk bewys van haar'bedorven aart „ toonde; nademaal zy heimelyk de zegels brak, enmy „ toen in zeer beleedigende woorden verweet, dat ik „ dezelve opengebroken en gelezen had. Ik verdroeg 9-, deeze kwaade behandeling met groot geduld, zynde „ thans overtuigd, dat ik die volgens mynen plicht be-

„ hoorde te dulden. Zy fmeekte naderhand,

s, dat ik haar fchryven aan den Heer less** voormys, ne moeder zou verzwygen. Ik heb zulks tot deezcr 3j uure toe ook heilig in acht genomen; maar zy heeft my één zelfde verzoek geweigerd: want zy heeft den inhoud van eenige brieven, die ik, tot myn grootde „ leedweezen voor eenigen tyd aan den Heer schultz 99 gefchreven heb, met een boosaartig vermaak aan my„ ne moeder verraaden. ■■ ■- ■■- Doch lieve fytje! „ ik bid u laat niet toe, dat ik my van bittere uitdruks, kingen omtrent myne zuster bedien!"

Begryp eens wel, liefde Moeder! hoe teder haar gemoed en hoe omzichtig haare woorden zyn. Zy

wikt en weegt dezelve naauwkeurig en dan

verzoekt zy nog, dat ik haar tegen bittere uitdrukkingen zal waarfchouwen ! — Maar wat moet ik

toch van onzen Heer less ** denken? Wierd betje hem niet genoegzaam aangeboden? en waarom neemt hy haar dan niet? Hoe listig wyst hy die aanbieding van de hand! ■ Kwam het toch eens Y i z@

Sluiten