Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3i )

— My daoht dat ik een bios van fchaamte op

zyne wangen zag: „ Waarde Heer puff, de zaak 3, is van groot gewigt."

„ Waarde marianne, het water is zeer nat

als of ik voor den koekoek niet wist, dat de zaak „ van gewigt 'is! en bygevolg, uit wat magt vraagt

„ Wilt gy my aanhooren? „ Aanhooren ? in deeze zaak tot Pinkfteren toe.'' -—~ Hy ging zitten, zeer benieuwd zynde.

VERVOLG.

/

Ik haalde uw pakje voor den dag, en las langzaam en voorzigtig alles, wat ik, zonder u te ontdekken, leezen kon. Ik hield zeer dikwyls ftil, om te zien, of het hem voldeed? Onbeweeglyk, als zyne fchilderyen, zat de man op zyn' ftoel: maar men zag op

zyn gelaat alles, wat zyn ziel gevoelde. Nu

hield ik geheel en al op. Hy verzettede zich op zyn' ftoel; zyn ftoel zelf ftond hem niet goed; hy trok zyne laarzen op even als of zy waren afgezakt: j ja, nog verder, myn kind,/dat wil nog niets „ zeggen. Ik moet weeten, ho& zy 770 denkt'' —— uit loosheid, (jk beken het; want hy hadt my toch zeer willekeurig opgehouden) zeide ik: „ dat kan terftond gefchieden: ik behoef u ilcgts het flot „ voor te leezen," —— En terwyl ik dat zeide,

ftoeg

Sluiten