is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazijn van geschiedenissen, romans en verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 L O U I S A MILD M A IJ.

Arme Louifa! was de rust harer ziele een weiniggevestigd, ik zou mij met meer blijmoedigheid aen mijne eigen beangstheid onderwerpen; maer nu is haer ongeluk gedurig voor mijn gezigt, en mijne eigen kwellingen vermeerderen beftendig, op de herinnering van het geen zij te lijden heeft. Schoon het gevoel der vrouwen meer doordringend en teder is, dan het onze, zijn zij egter gereeder, om de ongelukken te vergeten : in het eerst worden zij dieper getroffen; maer door de buigzaemheid der ziel, rijzen zij op het oogenblik, dat de ftorm over is, weder tot hare voorige gefteldheid; de beangstheid gaet ongemerkt over tot verdriet, en van deze tot eene zachter droefgeestigheid, verder tot een tusfchenpoozende kwijning, en eindelijk tot eene volkomen kalmte: terwijl de manlijke ziel, gelijk de eik in de fabel, door den hevigen ftorm terneêrgeflagen wordt, daer hij met eene gelukkige gemaklijkheid in het buigen, het verderf zou ontkomen zijn.

. Deze aenmerking , Karei! is geen gevolg eener nutlooze befpiegeling : in het beloop mijner eigen ondervinding heb ik derzelver wezenlijk befta.en dikwerf opgemerkt; toen ik eerst in de wereld trad, was ik, met opzigt tot mijn befluit omtrend een' minnehandel, de ongemaküjkfte knaep, die 'er zijn kon; ik vreesde, dat de ontroering, waerin ik eene ongelukkige fchoone, als gedompeld zag, haer tot eenig wanhopend uiterfte mogt vervoeren; maer hoe verwonderd zag ik op, wanneer het zelfde ellendige meisje, dat voor mijne voeten lag uitgeftrekt, met.

al