Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HUUWLIJKSTAFR E ELEN.

21

doen moet: zij bief een luid gefchrei aen, viel in onmagt, (rond troosteloos weder op, liep de kamer op tn necer, wrong de handen, en weende, dat

het geheele huis tezamenliep. Albregt deed

.alles, wat mooglijk was, om haer te vreden te (lellen, en bad haer, honderdmalen, om vergeving, dat hij zoo onheusch ware geweest, haer, in hare

zamenkomst, te Horen. Alles te vergeefsch; zij

voer met jammeren en weenen voort, zoodat het een' Meen zou bewogen hebben!

Het ganfche huis geraekte in alarm, alle bedienden en kamermeisjes, de kok, de keukemeid, de'huisknegt, de koetfier, de (lalknegt, de tuinder en de

daglooner alles, zelfs eene oude jigtige Exgou-

vernante, die reeds, fins vijf jaren, niet van haer placts had kunnen komen , fprong ook naer den tuin. Men weet wel, dat, als de fpringzucht onder de menfchen koomt, dan alles lpringen moet.

Dat Albregt en Antoinette meêfprongen, is zeer begrijplijk,

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Eene Vertooning,

Dornheim had zich niet in het minde bezeerd: hij was juist op een tulpenbed, dat onder het venfier van Antoinette was, nedergevallen. Hij hield het echter, om ftaetkundige redenen, best, zich zoo aentellcllen, als of hij wonder veel geleden had; een kneep, die hij zeker van de treurfpeidichteren B 3 had

Sluiten