Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 IIUUWLIJKSTAFREELEN.

Dus, zij bleef, voor liet minst, met haer onderrok , hoe kort die ook ware, in het heen en wederloopen, dan aen deze, en dan weder aen een andere tulp hangen, en richtte groote verwoestingen, onder dezelven, aen: het was treffend, om het te hooren en te zien!

Mijn vader !

Knak! een tulpefteel aen ftuk.

Kunt gij uwe Antoinette

Knak! weder een.

Het eenigst geluk, dat voor haer, op deze wereld,

mooglijk is, ontzeggen !

Knak!

Koom, mijn geliefde! Knak!

Werp u, met mij, aen de voeten van uwen vader. Knak!

Hij zal ons niet van zich verftoten!

Albregt had verftand genoeg, om te begrijpen, dat hij, wanneer hij nog een kleen gedeelte zijner tulpen wilde redden, oogenbliklijk vrede maken, en de jonge luiden te zamen brengen moest; hij bewilligde dus , zoo gezwind mooglijk, in het huwelijk. — Men weet immers, dat de huwelijken in den Hemel

gefloten worden.

Nu behoefde Dornheim niet langer te blijven liggen, en ook eischte nu de welvoeglijkheid, dat hij opftond, om zijnen aenftaenden fchoonvader de hand te kusfehen; dat deed hij ook, en dat wel zoo omflagtig, dat de gevoelvolle Antoinette, van verrukking van ontzetting, van ik weet niet

waer

Sluiten