Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 29)

ben kannen onderwijzen of prediken, indien hij ftom geweest was?" Zij waanen dan, dat eloquium in 't Latijn zo veel is als ehcutio, Uit* Jpraak,(vm&dus kan alleen de vraag te pas komen, ) en berispen in den Redenaar, dat hij eloquium voor eloquentia genomen heeft. Maar, Mijn Heeren Recenfenten, Heeren Keurmeefters van goede en kwaade ftijl, Onderfchraagers van het fteeds meer en meer vervallende Latijn en Oudheidkunde, jankende Klaagers over dat diep verval, waarom dit maar zo uit de pen gelapt? Hadt gij dan niet een eenig Latijns Woordenboek, juist geen Facciolatus ofGESNE r , (want daar houdt gij U zekerlijk weinig mede op,) maar ten minften een Piiiscus ? want dien zult Gijlieden immers wel gebruikt hebben op 't Latijnfche School, alwaar gij bekent zo meenige plakken voor taalfouten te hebben ontvangen, en ook waarlijk wel zult verdiend hebben , en welke plakken het ware te wenfehen geweest, dat wat meer vrugt hadden ten gevolge gehad. Hoe! Eloquium zou uitfpraak beteekenen, en dus , wanneer een Lijk- Redenaar den Overledenen eloquium toefchrijft, dan zoude vraag te pas komen: Of hij hadt kunnen onderwijzen en fpreeken, indien hij stom geweest was ? Wanneer dan Vsilrjus Hifi. Lïb.lL c. 68. van Ccelius

fchrijft:

Sluiten