is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven van eenige Portugeesche en Hoogduitsche jooden, aan den heer De Voltaire.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 93 )

brengt het tot het midden der Zesde Ecuwe voov de Christlyke Jaartellinge. Hoe! myn Heer, de Zend-Avefta, een Boek van de Zesde Eeuwe voor de Christlyke Jaartellinge, is „ het oudite „ Boek der waereld" !

Dat men de Vertaaling van den Heer anq_uetil openflaa, men ziet 'er op ieder bladzyde de twee beginzels: overal voert 'er Ariman Kryg met Ormusd; en gy, myn Heer, gy wilt ons diets maaken, dat „ in Perfie de twee „ Beginzels, in de daad, niet erkend wierden „ vóór de tyden van Manes" !

Gy verheft overal de Boeken van Zoroaster; en de Vertaaler zelf van Zoroaster heeft den moed en de opregtheid van ons te onderrigten, „ dat zo men 'er eenige vry edele denkbeelden „ over de Godheid, en eene tamelyk zuivere Ze„ dekunde van uitzondert, deeze zo zeer ge„ roemde Boeken niets anders zyn dan lange Li„ tanyen; dat zy met onze wyze van denken en „ fchryven ftryden; dat de weinige waarheden, „ welke zy bevatten, als verzwolgen zyn in eene „ menigte van het geen men kleinigheden van 't „ verftand noemt, dat zy laf, belachelyk zyn, „ zo kwalyk beredeneerd als de Alcoran, al zo „ verveclende en onaangenaam als de Sadder (*)".

Van

(*) In deeze woorden (preekt de Abt ren au dot van den Sadder: ferdidisfimus, noemt hy het: en de Heer de voltair f, roemt het ons! Hy noemt het eene oude uitlegging van het

oud-