Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 519 )

nogthans verdraagen zy elkander; en een uwer vermaarde Dichteren, die het in 't -hoofd ge* kreegen heeft om de Hel te plaatzen aan geene zyde van de Zon, in eene Globe tot dat einde alleen gefchikt, is, onzes weetens, om een zozonderling gevoelen, nimmer ontrust geworden. Gelooft gy, myn Heer, dat daar toe ,, eene „ onbepaalde Verdraagzaamheid" noodig ware?

In één woord, hy die zegt, de Esfeenen zyn van de Jooden verdraagen geworden; derhalven oeffenden de Jooden eene onbepaalde Verdraagzaamheid, fchynt ons toe geenzins eene redeka* veling voor te ftellen, die niet is te beantwoorr den. Nog beter zal men de zwakheid 'er van gevoelen, wanneer men dezelve vergelykt met de heerlyke loffpraaken op de Esfeenen van philo en josephus. Zouden deeze twee Geleerde Jooden eenen Ketterfchen Aanhang zo zeer geroemd hebben?

§. III.

Over de Sadduceeuwen.

Over de Verdraagzaamheid, welke de Saddu-

ceeu-

,, dezelve in de Zon geplaatst, enz." Omtrent deeze woorden moeten wy, in 't voorbygaan, aanmerken , dat het ons vreemd dunkt, dat een zo kundig Christen als de Heer de voltaire zich verbeeldt, dat de Godgeleerden in zynen Godsdienst [den Roomsch-Kitholyken] omtrent Geloofsartikelen beihsfen'. jüe Uiigetvers.

Kk 4 .

Sluiten