Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als droevig Schouwfpel, 't welk ik voor myne oogen nebbe.' Dan de aandoenelyke ver* zugtingen der Min, de fmertelyke jammerkreeten der vrrendfchap, en de -verfch-euringen van 't moederlyke hart, zyn niet bekwaam eenige .indruk te makert op een verftaald gemoed, daar zelfs de ft'reélende en welmeenende bekentenis van Helena % haare droefgeestigheid en uaanen, uwé trouwloosheid niet hebben kunnen O-verwinnen. Nauwelyks ontfnapt zy het eene gevaar, of gy bereid 'er haar wederom nieuwe. . . Gy wilt haar dan nu verfchalken door de hoop van een Chndejiin-Huwelyk? Maar vervolgt haar, dit al te noodlottig Meysje: vervolgt haar, zegge ik, tot deallerlaatfle fnik. Gy z-ult haar ongeluk bewerken, fjk herhaale het nogmaals) zonder daarom uw oogmerk te bereiken. Hoe meêr gy my haar doet kennen, hoe meêr lk zie, dat zy al te befcheiden en te nauwgezet van harten is, om in een heimelyken Echt te bewilligen. ..... Algoeden Hemel.' zou myn Broeder wederom Zyn. ingeftort» . . . . hy laat my roepen, . . Vaar-

NE-

Sluiten