Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 22 )

AGTSTE BRIEF.

Profesfor Wahkr aan den Advokaat Stokberg.

Ik fchreef u in myn laatften , dat gy mooglyk heden de tyding zoudt ontvangen, dat ik gehuuwd ware; — en met deezen brief wordt u die tyding gezonden.

Naauwlyks had ik myn voorgaanden afgevaardigd , of ik zettede my op het Rytuig en reed naar W * * *.

Maar alvoorens moet gy eenige der Omflandigheeden weeten, waarom deeze reis gefchiedde.

Toen ik my, agt dagen geleeden, by uwen Broeder te W*** ophield, zagen wy tegen ons over, by eene Galanteriekraamfter, een jong fchoon Meisje. Myn lugthartige Vriend kon niet naarlaaten, met my daarover te fchertfen, cn bepraatte my eindlyk, om derwaards te gaan, sn er iets te koopen.

Hoe meer ik het Meisje naderde, hoe belangrykcr haar gelaat my werd: Zy had, zo 't my voorkwam, in haare houding iets lyde-

lyks,

Sluiten