is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandelingen over de voornaamste waarheden van den godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN VAL. 339

zaaker des geestlyken en eeuwigen levens, in de brieven aan de Romeinen en de Corinthers met zo veel nadruk bybrengt (*). Beide deeze plaatfen verdienen eenige nadere verklaaring.

De reedsbekeerde Jooden tot het Christendom zagen, met onvergenoegdheid , dat den Heidenen,die aan de voorrechten van den Mofaïfchen Godsdienst nooit deel hadden gehad, de genade van het euange'ie zowel als aan hen wierd verkondigd; hierom is het de hoofdbedoeling van den apostel, in den eerstgenoemden brief, dien. Jooden te bewyzen : dat de Heidenen, naar het oogmerk van God, met hen daartoe een gelyk recht hadden. Om dit te bewyzen, brengt hy, eerst, het algemeene zedelyke verderf by, waardoor de Jooden, zowel als de Heidenen, de genade van God en de zaligheid hadden verloren, welken alléén door het geloof aan Christus, en door eene gehoorzaame aanneeming en involging van zyn euangelie, weder verkregen künnèn worden. Terwyl nu deeze verlosfiog de vrywilligfte genade van God , en God niet alleen der Jooden maar ook der Heidenen God was, zo konden , uit hoofde van een gelyk gebrek aan eigene verdiende, de Heidenen, evenmin als de Jooden, van deeze genade worden uitgefloten. Dit bewys dringt hy nu, in het vyfde hoofdftuk, nader aan; en, eerst, de zalige b'ymoedigheid en kracht befchreven hebbende , wel. O Rom. V. 12-21. 1 cv. xv. 21-57. ken X 5