Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenissen. 501

Deze Conjuls wilden terftond het verlie, des legers bij Antium door eene nieuwe werving herftellen, doch het Volk verzette zich tegen dit raadsbefluit. De geringere burgers inzonderheid verweeten den Raad deszelfs ontrouw aan de gedaane beloften eener landverdeeling, en liepen de huizen der Gemeensmannen af, om hun op het nakomen van dat befluit te doen aandringen. De Gemeensmannen trachtten te vergeefsch de fchamele menigte te overreeden , dat het bij eenen buitenlandfchen krijg geen tijd tot zulk eene onderneming was: het gemeen liet zich niet afwijzen en vond in c. maenius den man, die alléén, zonder acht op de omftandigheden te flaan, 's Volks eisch openlijk aandrong, en zich tegen alle werving verklaarde, voor dat de Raad de Tienmannen ter landverdeeling benoemd zou hebben. Geene tegenredenen der Co»M vermogten iets op zijn onverzetlijk hoofd; waardoor hij hun noodzaakte tot middelen, om eenen tegenftand te ontduiken, die niet was te overwinnen.

De

werkzaam geweest zijn, hetwelk echter van wegen het afzijn der Confuls uit Rome onwaarfchijniijk is.

)

BOEK IV. , HOOFDST.

J. voor C.

481/

J. van R. 271.

's Volks aandrang op het raadsbefluit der landverdeeling.

Sluiten