is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenissen. 399

kon geftremd worden. Nedrig zonder laagheid; begeerig naar gezag, om nut te doen; gevoelig voor het leed of ongelijk van den minsten; rechtvaardig jegens de eisfchen van allen; billijk in alle zijne fchikkingen; welwillend zonder baatzucht; ftreng in eigen , toegevend in de gebreken van anderen, was het hart van dien waardigen Vorst, die eiken opvolger zijne naarvolging hoogstmoeilijk zou gemaakt hebben, hoe braaf, hoe gemaatigd hij ook zijn mogt. (i) Geen verftandig vader regeerde zijn kleen gezin uitmuntender en zorgvuldiger, dan tullius zijn ganfche rijk. (2). Het Romeinfche gebied werd onder zijn beftuur wel niet aanmerklijk vermeerderd , maar deszelfs ftaatsgefteldheid kreeg door hem eene Hevigheid , welke allen vluchtigen glans der uitgcbreidfte veroveringen zeer verre in waarde overtreft. Bemind van het Volk tot aanbiddens toe, geacht van de waardigfte leden des Raads, had hij bijna geene

an-

(1) Liv. L. I. c. 48.

(2) Florus L. I. c. 6.

I.

boek

VI.

hoofdst.