Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3» ANNA.

den, zonder dat hij Mevrouw Melmoth 'er eenige kennis van gaf; willende hij het genoegen hebben, om haar op eene aangenaame wijze, met het gezicht van hare gunftelinge, te verrasfchen, voor dat zij wist, dat hij om hare komst verzogt had.

De Heer Dalton was al te zeer met dezen, thans zo onverwachtten,brief in zijn fchik,dan dat hij een oogenblik zou in twijfel hebben geftaan, om aan deszelfs inhoud te voldoen. Hij liep aanftonds, zo hard als hij kon, naar de herberg, waar hij gelukkig juist op hetzelfde oogenblik kwam, waarop een lustig, oudagtig Vrouwsperfoou, wier aangezicht zo rood was als fcharlaken, binnentrad, en voor zich een plaats in de Postkoets nam, om daarmede naar de naafteftad te reizen , buiten welke het Landgoed van den Schildknaap Melmoth gelegen was, die niemand, volgens haar voorgeven, beter kende dan Jufvrouw Plunket. Deze inleiding van haar zelve werd door den Commis-

faris bevestigd, waarna Dalton die al te veel haast

had, om zich van zijnen last te kwijten, om zeer keurig aangaande haar gezelfchap te kunnen wezen, —— haar met korte woorden vertelde, dat hij een Kind had, dat hij naar Mevrouw Melmoth moest zenden, en welk de Schildknaap hem belast had, om aan het opzicht van een vrouwlijk Reiziger toetevertrouwen.

Zodra zij dit hoorde, nam zij zeer gereedelijk op zich, om het Meisje op het Landgoed te brengen;

ter-

Sluiten