Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M. JE JU JD JE 3ST X JC W G.

Waar bleven al die zaligheden,

Die ik genoot in vroeger' tijd, Waar zijn die Honden heen gegleden,

Zoo gul aan onze Jeugd gewijd? Waar zijt gij? uitgezogte vrinden (*)

Gij Broederfchap! gij Dichtrenrei! Niet een van u is meer te vinden,

Dan ik alléén, die u befchrei!

'tHer.

(*) Nadien onder deze zeer uitmuntende perfoonen zijn geweest, die door haar roem en gefchriften zig hebben verëuwigd, en een nog veel groter letterfchat aan de geleerde wereld zouden hebber» medegedeeld, zoo ds vroege dood het niet had verhinderd, hoe zou dan ik, daar ik haar alle overleef, kunnen nalaten, met deze blijken van een achtingvol en gevoelig hart harer te gedenken, iq *tn betrekking die Zooveel iuvloed op mij heeft gehad.

Sluiten