Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C T02 )

»t Gezicht van dorpen, hoven, weijeu, Het zingen der gewiekte reijen,

De glans op 't fierlijk veldtapijt, 't Aanfchouwen van ontelbre kleuren, Het rieken van de zoetite geuren,

Elk voorwerp ftreeic ons hart ora flrijd.

Met zulk een liefelijken luister * Vervrolijkt ons, na 't fchemerduiater,

De doorgebroken zonnefchijn: Maar, als we in vreugd, tiet uit te fpreXen, Cofs luister namaals door zien breken

Hoe groot zal ons geluk dan zijn.

Hier op begaven wij ons

IJ.

Sluiten